Woonplaatsbeginsel per 1 januari 2022

Per 1 januari 2022 worden de veelbesproken en vaak uitgestelde veranderingen in het woonplaatsbeginsel doorgevoerd. Als zorgondernemers volgen wij nu al workshops en trainingen om met de enorme veranderingen als gevolg daarvan in onze administratie, om te kunnen gaan. De enorme bult te verzetten werk voor 1 januari 2022, ligt echter (lag) bij de gemeenten.

In de situatie tot en met 2021 geldt dat de gemeente waarin een zorgaanbieder gevestigd is, meestal vertegenwoordigd in een zorgregio, de kosten betaalt van voogdijjongeren (-kinderen) die ingeschreven staan op het adres van de zorgaanbieder én van jongeren (kinderen) wiens ouder(s) met (gedeeld) gezag in die gemeente wonen.

Per 1 januari 2022 gaat de gemeente betalen welke de laatste gemeente was waar de jongere (het kind) woonde voor aanvang van de start van de jeugdhulp. Ja, beide omschrijvingen zijn kort door de bocht en er zijn uitzonderingen, maar dit is de kern.

Klik hier, hier en hier voor meer informatie over beide versies vanuit diverse perspectieven (tot en met 2021 en vanaf 2022).

Ter illustratie een drietal voorbeelden:

Voorbeeld 1

Jongere X is een voogdijpupil en staat ingeschreven op ons adres. Jongere X woonde voorheen in een pleeggezin in gemeente 1 en werd geboren gemeente 2. De uitvoerende jeugdbeschermingsorganisatie waar het gezag rust, zit in gemeente 3. In deze casus betekent het dat gemeente 1 tot met eind 2021 verantwoordelijk is voor de kosten van jongere X op het gebied van woonzorg, therapie, ambulante begeleiding etc. Vanaf 1 januari 2022 geldt dat gemeente 1 dit niet meer is noch gemeente 2 waar jongere X pleegzorg ontving en ook niet gemeente 3 waar de jeugdbeschermer gevestigd is. De gemeente waar jongere X voor het laatst woonde bij aanvang van de zorg, dit kan woonzorg maar ook ambulant zijn, is verantwoordelijk voor de kosten per 1 januari 2022. In deze casus is dat gemeente 2.

Voorbeeld 2

Jongere X is uit getrouwde ouders met gedeeld gezag geboren in gemeente 1. Na de scheiding van de ouders verhuisde jongere Y naar haar vader in gemeente 2. Moeder bleef in gemeente 1 en de jongere bleef ingeschreven staan op het adres waar zij en haar ouders voor de scheiding woonden (gemeente 1). Er is geen sprake van zorg in het gedwongen kader of een jeugdbeschermingsmaatrelen. Jongere X woont nu in een gezinshuis (gemeente 4) en daarvoor in een ander gezinshuis (gemeente 3). De laatste gemeente waar jongere X ingeschreven stond voordat de zorg startte, is daarmee de gemeente die de zorgkosten betaalt. Dit is niet de gemeente waar jongere X tot aan de start van de zorg woonde omdat zij daar niet ingeschreven stond. De gemeente waar jongere X volgens de GBA (Gemeentelijke Basis Administratie) woonde, is de gemeente die de woonzorg in gemeente 4, waar het gezinshuis staat, moet betalen.

Voorbeeld 3

Jongere X is geboren in gemeente 1 uit getrouwde ouders met gezag. Na de echtscheiding verhuist vader naar gemeente 2, moeder blijft met het kind in gemeente 1. Het kind staat ingeschreven bij moeder in gemeente 1. Door opvoedproblemen waarbij ambulante hulp aan huis onvoldoende veiligheid en ontwikkelingsmogelijkheden voor het kind kan bieden, wordt er via de Jeugdbescherming (GI) een OTS-verzoek ingediend. Dit wordt toegewezen. De gemeente waar de moeder en haar kind wonen, betalen de kosten van de GI en ambulante hulp. Er verbetert onvoldoende en tegelijk met het verlengingsverzoek OTS aan de Rechtbank, wordt een MUHP, Machting Uithuis Plaatsing, gevraagd. De jongere wordt geplaatst in een pleeggezin in gemeente 3. De plaatsing is niet succesvol en er wordt gezocht naar een gezinshuis. Het gezinshuis staat in gemeente 4. Er is nog steeds sprake van (verlengde OTS en een MUHP). Zowel binnen het woonplaatsbeginsel 2021 als 2022 e.v., is gemeente 1 waarin moeder nog steeds woont en het kind woonde bij aanvang van jeugdhulp, verantwoordelijk voor de kosten van de jeugdhulp. Mochten de ouders het gezag kwijtraken, dan betekende dat in deze casus tot en met 2021 dat de betaling overging naar gemeente 4, daar waar de woonzorgaanbieder gevestigd is. Met ingang van 2022 blijft de gemeente verantwoordelijk voor de kosten, gemeente 1.